volgende
=>
Staal spelling - groep 8 blok 6 blz 75 - werkwoorden
Maak de rijen af.
ik klad
hij
kladt
jij speldt
je moeder?
ik spreid
jij
jij glijdt
jij?
ik voed
jij
jij schudt
je hond?
ik luid
hij
jij rijdt
jij?
ik leid
jij
jij kneedt
je zus?
ik bid
jij
jij redt
jij?
Maak de rijen af.
tegenwoordige tijd
verleden tijd
voltooide tijd met worden
luchten
ik
lucht
ik
luchtte
het
wordt gelucht
benijden
jij
jij
jij
missen
ik
ik
ik
bonzen
ik
ik
er
juichen
jij
jij
er
verven
hij
hij
het
verblinden
ik
ik
ik
mixen
ik
ik
het
foppen
ik
ik
ik
verwachten
jij
jij
jij
Vul de
verleden tijd
in.
Paul
de stoel.
De passagiers
een halfuur op het station.
Els
het deeg.
Ahmed
de brief.
Henk
zich vanochtend.
controleer
Hint
OK
volgende
=>