| Een bad met luchtbelletjes erin. | het |
| De kracht waarmee je iets zegt. Om het extra duidelijk te maken. | de |
| Een stof die gebruikt wordt om zwembaden te zuiveren. | de |
| Op iemand neerkijken. Je vindt hem niet veel waard. | |
| Expres gemeen en beledigend. | |
| Iets stiekem afspreken. | |
| Dat vindt hij vervelend. | . |
| Giechelen. | |
| Even afwachten. Niet meteen iets doen. | |
| | |
|