| Van een paard af komen. | |
Vol haat en nare gevoelens omdat je het niet eerlijk vindt dat je veel tegenslag hebt gehad. | |
| Heel erg vol. Propvol | |
| Dat in de buurt ligt. | |
| Met veel fantasie. | |
| Geluk hebben. | |
| Bedenken en voorbereiden. Bv. een plan. | |
| Zijn straf. | |
| Erg blij. | |
| Mensen van ongeveer dezelfde leeftijd. | de |
Iemand die voor een ander werkt in het huishouden, in een winkel of op kantoor. | de |
| Een stok van ijzer om in het vuur te porren. | de |
| Een vraag of iemand iets wil doen of een vraag of iets mag. | het |