| Een kras op je huid. | de |
| Iemand die raad geeft. (Vaak een advocaat.) | de |
| Een grote, ronde opening in het land, waar de zee in spoelt. | de |
| Een stok die brandt. | de |
| De punt van een toren. | de |
| Wild tekeergaan. Je zegt het van oorlog, brand of storm. | |
| Weggaan van de vijand. | |
| Vechten. | |
| Een beetje verbranden aan de oppervlakte. | |
| Doodgaan in een gevecht. | |
| Een groep mensen leiden. | |
| Dingen op een bepaalde manier neerzetten of je kleren rechttrekken. | |
een gebied veroveren, een gebied  | |
|