| Zenuwachtig. | |
| Erg verbaasd. | |
Opwinding van veel mensen samen bij voetbalwedstrijden waaraan het Oranjeteam meedoet. | |
| Duidelijk en met kracht. | |
| Aan de beurt zijn om een karweitje te doen in het huishouden. | |
| Een en al ellende. | |
| Als je de moed verloren hebt. | |
| Met schokken. | |
| Met een machine. Of: alsof je zelf een machine bent, zonder na te denken. | |
| Verdriet. | het |
| Een plaatje van metaal. Je krijgt het als beloning als je gewonnen hebt. | de |
| Geld dat je moet betalen om lid te mogen zijn van een club. | de |
| Een serie wedstrijden. | de |
| De leider van een sportploeg. | de |
| Het begin van iets. Bv. een club. | de |
|