| verbazen | Dat heeft mij erg . |
| uitstorten - doen | Toen ik mijn hart bij hem , hij heel aardig. |
| melden | De radio gisteren al veel kans op buien. |
| antwoorden [v.t.] | Ik vroeg je wat. Waarom je niet? |
| vergroten | De fotograaf gisteren de foto. |
| vergroten | De foto hangt nu in de klas. |
| verrichten | Onze koningin vorig jaar de opening. |
| verrassen | Hij mij gisteren met zijn bezoek. |
| bevreemden - koken | Het mij dat het water nog niet . |
| ontaarden | De demonstratie in een vechtpartij. |
|