| verhuizen | Klaas morgen naar Amsterdam. |
| verhuizen | Ben jij weleens ? |
| lopen [onvoltooid deelw.] | Kees gaat naar school. |
| landen | Het vliegtuig is op tijd . |
| landen | Het vliegtuig op tijd. |
| landen | Gisteren het vliegtuig ook op tijd. |
| landen | Het vliegtuig is op tijd. |
| vinden | je vader dit leuk? |
| vinden | jij paarden leuke dieren? |
| zich aanmelden | Hij zich aan bij de nieuwe school. |
|