| gebeuren | Wat daar? |
| heten | Er was eens een kabouter, die Pim . |
| worden [v.t.] - benoemen | Hij in die functie . |
| bestellen | Heb je dat boek al ? |
| strijden | De soldaat tegen de vijand. |
| broeden | Vorig jaar er nog een lijster in onze tuin. |
| uitschelden | Waarom Henk jou steeds uit? |
| uitschelden | Hij jou vroeger toch nooit uit? |
| ontvreemden | De juwelen zijn weer terecht. |
| verschroeien | Door die vlam is mijn haar . |
|