| verklaren | De verdachte werd schuldig . |
| ondervinden | Het treinverkeer deze week veel vertraging. |
| verroesten | Het ijzer vorig jaar zo snel. |
| verroesten - verven | Het ijzer werd . |
| ontwikkelen | De fotograaf de foto's zelf. |
| ontwikkelen | Worden de foto's snel ? |
| worden [v.t.] - omringen | Het grasveld door hoge bomen. |
| onderhouden | Jij die tuin prima. |
| stranden | Vroeger er meer schepen dan tegenwoordig. |
| stranden | Nu er niet zo vaak een schip. |
|