| posten | Ik de brief vorige week vrijdag. |
| polijsten | De steen was te ruw. Ik hem gisteren. |
| verwennen | U uw kind te veel, mevrouw! |
| verwennen | Heeft u uw kinderen altijd zo ? |
| verwennen | Vroeger ik mijn kinderen altijd. |
| beschermen | Hij zijn zusje altijd. |
| beschermen | Zij is dus goed . |
| uitglijden | Ik uit over de gladde vloer. |
| uitglijden | Hij nooit uit. |
| bijlichten [v.t.] | In het donker ik hem bij met een zaklantaarn. |
|