Oefenen met werkwoordspelling 16

  
werkwoorden
De o.t.t.t. - de onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd.
Ik zal een boek lezen. In de toekomst (morgen of overmorgen) zal ik het lezen.
Ik zal een boek lezen is de onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd (o.t.t.t.)
lezenIk zal morgen dat boek lezen.
noemenWij zullen hem bij zijn naam noemen.
rooienDe boer volgende week de bieten rooien.
sorterenHij de aardappelen naar grootte sorteren.
vergrotenDe fotograaf zal de foto .
vergetenWij zullen de oorlog niet .
horenDe kinderen dat verhaal van de meester horen.
hangenMoeder dat schilderij in de gang hangen.
nemenDe speler zal de strafschop vakkundig .
reparerenDe monteur zal de televisie morgen .
denkenBen Pieter steeds aan die les denken.
lijdenAlle rozen door de vorst lijden.
lopenZal hij morgen met de collectebus ?
verbazenHet zal me niets .
groeienOp deze vervuilde grond geen plant groeien.
Ik zou een boek gelezen hebben. In de toekomst zou ik het hebben uitgelezen.
(v.v.t.t.)zou gelezen hebben is de voltooid verleden toekomende tijd (v.v.t.t.)
afkeurenDe scheidsrechter zou het veld afgekeurd hebben.
afgelastenHij zou de wedstrijd .
vindenHoe zou je dat ?
vindenIk zou dat lekker .
bevreemdenHet voorstel mij .
toestaanDe directeur het roken .
kiezenDe schilder deze kleur .
omhakkenDe tuinman deze boom .
plukkenHet meisje deze bloem .
uitputtenDe marathon de loper .
verbiedenVader zijn zoon het zwemmen .
bespuitenDe boeren het gewas .
gevenDe tas ik aan haar .
trekkenDe popgroep volle zalen .
verstoppenWij waren verleden jaar naar Amersfoort verhuisd.