| Ergens aan meehelpen. | |
| Een huis dat oud en kapot is. | |
| Daar geboren en opgegroeid. | |
Aan iets gewend zijn en het prettig vinden; zijn kat. | |
| De volgende keer dat het een bepaalde dag is. | |
| Een klein huis dat bestemd was voor arbeiders. | |
| Een groot, deftig huis. | |
Iets wat erbij past; niet te veel, niet te weinig. Als je hard werkt, verdien je een loon. | |
| Een bedrijf dat dingen in een huis repareert, zoals kapotte ramen. | |
| Bezig zijn; aan het werk zijn. | |