| Een tijdje niet meer kunnen praten, bijvoorbeeld als je verkouden bent. | |
| Niet te verstaan. | |
| Iets snappen, doordat je iets anders snapt. Uit dat bord maak ik op dat dit de uitgang is. | |
| Dik worden; zwellen. | |
| Iets accepteren; iets niet langer tegenhouden. | |
| Vreemd. | |
Je gebruikt je om klanken te maken. | de |
| Twee plooien in je keel die ervoor zorgen dat je kunt praten. | de |
| De ruimte binnen in je mond. | de |
Iets wat je doet. Lezen is een leuke . | de |