| Bij iemand thuis komen. | bij iemand over de vloer komen |
| Iemand die voor zijn beroep bouwt aan een huis. | de |
| Iemand die voor zijn beroep waterleidingen aanlegt of repareert. | de |
| Iemand die voor zijn beroep muren en plafonds gladmaakt. | de |
| Iemand die voor zijn beroep tegels op muren en vloeren vastmaakt. | de |
| Een kanaal op de radio of de televisie. | de |
| Dit zeg je als het ergens heel schoon is. | |
| Je aanpassen aan nieuwe dingen. | |
| Stoppen; dichtdoen. | |
| Met iemand bellen. | |