| Je komt iets voor het eerst tegen; je hebt het nog niet goed bekeken of erover nagedacht. | op het eerste gezicht |
| Je kunt niet goed kijken; je ziet niet helder. | |
| Als je ergens naar uitziet, kun je haast niet wachten tot het gebeurt. | |
| Een klein zwart rondje in het midden van je oog. | de |
| Een rij haartjes dat rond je oog zit. | de |
| Zodat je het duidelijk kunt zien. | |
| Het stukje huid dat je oog bedekt als je het dichtdoet. | het |
| Bijna, net niet. | |
| Het gaat nog gebeuren; in het vooruitzicht. | |
| Je ogen wijd open doen. | |