| Iets in reserve hebben wat je nog niet hebt gebruikt. | iets achter de hand hebben |
| Je hijgt en hebt het gevoel dat je niet genoeg lucht kunt krijgen. | |
Je kunt weer rustig ademhalen. Hij heeft hard gereden en hij komt weer op . | |
| Vooraan rijden. | |
| Een rood gezicht krijgen. | |
| Veel langzamer gaan rijden. | |
| Een fles waarin drinken lang warm of koud blijft. | de |
| In de war zijn. | |
| Een grote fout maken waardoor iets niet lukt. | |
| Heel snel inhalen. | |