| Van losse onderdelen één ding maken. | Een vlieger in zetten. |
| Als ergens iets aan mankeert, is het beschadigd of kapot. | |
| Ermee stoppen. Het opgeven. | Het bijltje erbij . |
| Slordig, onnauwkeurig. | |
| Iets zeggen of doen wat helemaal fout is. | de plank . |
| Iets doen (durven) wat je eigenlijk eng vindt. | de schoenen aantrekken |
| Opletten dat alles goed gaat. | Een oogje in het houden. |
| Zeggen dat je je baan niet meer wil. | nemen. |
| Heel precies, nauwkeurg, zorgvuldig. | |