Je geeft iemand een als je zegt dat hij iets niet goed doet. | het |
Je geeft iemand een als je zegt dat hij iets goed doet. | de |
| Iemand iets geven als hij iets goed gedaan heeft. | |
| Niet netjes, brutaal. | |
| Heel snel wegrennen. | |
| Mooi. | |
Midden door. | | | Iets heel erg leuk of lekker vinden. | |
| Iemand voor de gek houden. | |
Als je praat, praat je een beetje boos met weinig woorden. | |
|