| Eerst rustig kijken wat er gaat gebeuren. | |
| Schrikachtig, je schrikt snel . | |
| Iets aan iemand lenen. Hij mag het gebruiken, maar je krijgt het weer terug. | |
| Vanaf die plek. | |
| Daar, op die plek. | |
| Koud en winderig . | |
| De vriend . | het |
| Een vervelende of lelijke hond . | het |
| Als het niet meer vriest . | de |
| Iemand die het snel koud heeft . | de |
| Als het vriest, als het zo koud is dat water ijs wordt . | de |