| Dit zeg je als je iets gaat doen waar je nog maar weinig tijd voor hebt. | |
| Half slapen, niet opletten. | |
| Met de onderkant naar boven. | |
Een dun laagje van een stuk hout halen met een schaaf. | | Een is een ding om iets vast te zetten. | de |
Een kleine vlinder. Een maakt gaten in kleding. | de |
| Een kleine klem om blaadjes aan elkaar te maken, te nieten. | het |
| Een soort spijker met ribbels die je gebruikt om iets vast te maken. | de |
Een zit aan het eind van een draad om bijvoorbeeld een lamp aan te doen. | de |
| Een klokje dat geluid maakt als het tijd is om op te staan. | de |
|