| Even meehelpen. | |
| Heel hard moeten lachen. | |
| Op het midden van een vel papier. | |
| Op de bovenste regel links op een vel papier. | |
| Zorgen dat het rustig is in een klas. Meester en juffen houden orde. | |
| Op de onderste regel rechts op een vel papier. | |
| Een stukje stof met twee lussen. | de |
| De kleren die veel mensen mooi vinden. | de |
| Iemand die meteen zegt wat hij denkt. | de |
| Een korte jas die je ook binnen aanhoudt; het colbertje. | het |
|