| Vluchten; zo snel mogelijk weggaan. | |
| Planten neerzetten in een tuin. | |
| Groenten of fruit van het land halen om op te eten. | |
| Mest voor de planten op de grond strooien. Mest laat de planten goed groeien. | |
| Kleren gladmaken door er met een warme strijkbout overheen te gaan. | |
| Planten weghalen die je liever niet in je tuin hebt. | |
Heel erg vroeg. | | | Een ding dat gebruikt wordt om onkruid mee weg te halen. | de |
| Een tuin waarin je groente laat groeien. | de |
| Er zijn ergens heel veel mensen. | de |
|