| het adres | De klopten niet allemaal. |
| het getal | De die je op een 0 of 5 eindigen, zijn deelbaar door 5. |
| de sloot | De moeten worden uitgebaggerd. |
| het model | De zijn allemaal van plastic en niet van staal. |
| de roeiboot | De lagen bijna allemaal langs de kant. |
| het ogenblik | De dat ik ondertussen kan rusten zijn schaars. |
| het ongeluk | De vonden plaats tijdens dichte mist. |
| het volkorenbrood | De liggen links in het schap. |
| het portret | De waren allemaal gemaakt door een professionele fograaf. |
| de sigaret | De mogen niet meer in deze supermarkt verkocht worden. |
| de sigaar | De kwamen allemaal uit Cuba. |
| het toestel | De vlogen te laag boven de stad. |
| het verschil | De tussen deze broeken zijn klein. |
| het voorstel | De voor de nieuwbouw liggen nu ter inzage. |
| het voorbeeld | De lijken mij allemaal duidelijk genoeg. |