| verhuizen | We zijn naar Berlijn verhuisd. | | reizen | We waren naar Zwitserland . |
| trouwen | Mijn broer is vorige week . |
| ontsnappen | Mijn hamster was uit zijn hok . |
| benoemen | De directie heeft een manager . |
| amuseren | Zij hadden zich best . |
| onthouden | Je hebt dit antwoord goed . |
| vluchten | We zijn voor de storm naar binnen . |