| Taal noch geven. | Niets van zich laten horen. |
| Door schade en wijs worden. | Door slechte ervaringen wijzer geworden. |
| Met raad en bijstaan . | Iemand goed helpen. |
| In geuren en vertellen . | Uitgebreid vertellen. |
| Iets uit zijn zuigen. | Het is fantasie, het is niet de waarheid. |
| Heg noch weten. | De weg totaal niet kennen. |
| Kind noch bezitten. | Hij is erg arm . |
| Met vlag en slagen. | Glansrijk slagen. |
| In vuur en raken. | Enthousiast raken. |
| Zich uit de maken. | Vluchten. |
| Vroeg uit de komen. | Vroeg uit bed komen, vroeg opstaan. |
| Tegen heug en opeten. | Met tegenzin opeten, je zit vol. |