| De wind draai van noor naar wes. |
| Ik vind dat een vreem gelui. |
| Soms voel je je har kloppen. |
| Ik krijg altijd de schul. |
| Slijp een scherpe pun aan je potloo. |
| Ik ben heel har naar huis gehold. |
| Die jongen heeft niet veel gedul. |
| Hij loop een heel ein. |
| Voordat we naar be gaan, gaan we in ba. |
| Ik ben heel kwaa op jou. |