| De timmerman gaat een gat bren. | Mijn opa heeft een oud rwerk. |
| Dat huis heeft dikke mren. | Er zongen met het orkest drie kren mee. |
| Mijn tante volgt een kr om te vermageren. | Die jongen heeft maar rare kren. |
| Mijn moeder draagt rhangers. | Zij danst op het tneel. |
| Mijn vader kan goed kken. | In onze straat staan twee schlen. |
| We hebben heel aardige bren. |