Staal groep 4 thema 3 les 1

Staal groep 4

Welke woord kies je uit?
de eierschaal - het insect - donzig - glibberig - een kadetje
Een klein zacht broodje. - een zacht puntje
Heel zacht, met kleine veertjes. -
De harde buitenkant van een ei. - de eierschil
Glad en nat.
Een klein dier. Zijn lijf heeft drie delen: een kop met sprieten, een lijf met zes poten en een achterlijf. Vaak hebben ze vleugels. - Bijvoorbeeld: een mier, een wesp, een vlieg en een vlinder.

Welke woord kies je uit?
wortelen - teer - het kikkerdril - krioelen - het stekje
De eitjes van een kikker. Ze liggen in een groep bij elkaar.
Druk door elkaar bewegen, met heel veel samen.
Een stukje van een nieuwe plant met wortels.
Iets dat niet sterk is. Het gaat snel stuk of het wordt snel ziek.
Nieuwe wortels maken.