Staal groep 4 thema 2 les 5

Staal groep 4

Welke woord kies je uit?
de afslag - dwalen - de kruising - de bestuurder - linksaf
Een plek waarje van de grote weg afrijdt, een andere weg op. - afrit
De persoon die stuurt.
Zomaar rondlopen of rijden. Je weet niet waar je heen gaat.
Een plek waar twee wegen elkaar tegenkomen. De wegen lopen
door elkaar heen.
Naar de linkerkant.

Welke woord kies je uit?
de wegwijzer - rechtsaf - de rotonde - de routebeschrijving - de richting
Naar de rechterkant.
Naar een bepaalde kant.
Een paar wegen die uit komen op een ronde weg. Je kunt er afslaan naar andere wegen.
Hierop staat hoe je moet rijden om ergens te komen.
Een bord langs de weg. Er staat op waar die weg naartoe gaat en hoe ver het nog is.