Staal groep 4 thema 2 les 1

Staal groep 4

Welke woord kies je uit?
de fietstocht - arriveren - haastig - bereiken - de bestemming
Na een reis op de plek aankomen.
Aankomen op de plek waar je wilt zijn.
De plaats waar je naartoe reist.
Een lang stuk dat je fietst.
Snel, je hebt weinig tijd en doet alles vlug.

Welke woord kies je uit?
de postcode - de woonplaats - naderen - passeren - de omleiding
Dichter bij de plek komen waar je wilt zijn.
Een andere weg die je kunt nemen als de kortste weg dicht is.
Iemand anders voorbij gaan. Bijvoorbeeld lopend of op de fiets.
Het dorp of de stad waarin je woont.
De vier cijfers en twee letters van een adres.
Zo ziet de postbode waar de post waartoe moet.