|
| Katja lust graag pannenkoeken. |
| Haar zus eet patat. |
| Maar het eten ze allebei pizza. |
 |
| Karel denkt na over zijn zet. |
| Zijn broer is in schaken. |
| Maar oom Jos is het best ! |
 |
| Mischa heeft vandaag op de piano geoefend. |
| Meestal oefent ze meer dan één keer per week.a. |
| Laatst had ze het geoefend: wel vier keer in een week! |