|
| 1. Deze kinderzitjes alle veiligheidseisen. | |
| 2. Een paar potten en scherven zijn de enige na de brand. | |
| 3. Wees niet te trots, want komt voor de val. | |
| 4. De taalles is uit drie onderdelen: denken, doen en terugkijken. | |
| 5. Ik ga me op vakantie in de Franse taal en cultuur. | |
| 6. De zoete en frisse geuren zich tot een heerlijk parfum. | |
| 7. Het heelal is groot en blijft maar doorgroeien. | |