| 1. Een brief stop je in een . |
| 2. Veel vellen papier bij elkaar noem je een . |
| 3. Als je het jammer vindt dat je iets niet is gebeurd, voel je . |
| 4. Een toonbank waar je informatie kunt halen, heet een . |
| 5. Ik zie op dat ik niet op het internet kan komen. |
| 6. Ik ga op woensdag naar het zwembad. |
| 7. Daarna wil ik het liefst op de bank. |
| 8. Zelf mijn oma kan met een mobieltje. |