| Nu is het genoeg; zo kan het niet langer. | |
| Het voorbijgaan van iets; bijvoorbeeld de tijd of een reis. De reis verloopt rustig. | |
| Bescheidener worden; minder praatjes hebben. | |
Ervoor zorgen dat een muziekinstrument niet vals klinkt. | | Een mogelijkheid; een keuze. Er zijn twee s: stoppen of doorgaan. | de |
| Een feestelijke optocht waar publiek naar kijkt. | de |
| Een officiële plechtige gebeurtenis | de |
| Het deel van de muziek voor een groep instrumenten. |
De klarinetten hebben in dit muziekstuk een ingewikkelde . | de |
| Het oefenen voor een muziek- of toneeluitvoering. | de |
| Hoe hoog of laag een noot gespeeld of gezongen wordt. | de |