| Vertellen wat er gaat komen. Bijvoorbeeld op televisie. | |
| Op tv komen. | |
| Als je alleen aan jezelf denkt, zonder rekening te houden met anderen. | |
| Op dit moment belangrijk en in het nieuws. | |
Haast niet kunnen wachten om iets te gaan doen. om te gaan zwemmen. | |
Het ergens over hebben. De resultaten op de ouderavond. | | | Zeggen dat iets zo is. | de |
De weerkundige. De voorspelt dat het morgen gaat regenen. | de |
Heel erg van iets houden. Ze heeft een voor oude films. | de |
| Het zachte geluid van veel mensen die door elkaar praten. | het |
|