| Een hoop gedoe om iets kleins. | |
| Tegen de stroom in van het water in. | |
| Met de stroming van het water mee; in de richting waarin het water stroomt. | |
Iets wat rustig is in beweging brengen. De eend verstoort het stille wateroppervlak. | | Op de plaats zelf. Ze viel flauw nadat ze het ongeluk zag gebeuren. | |
| Een groot ondiep water waarin drinkwater wordt opgeslagen. | het |
| Het bestuur dat in een bepaald gebied zorgt voor rivieren, meren, |
| dijken en bruggen. | het |
| De manier waarop belangrijke zaken worden aangepakt. | het |
| In de gaten hebben dat er iets niet in orde is. | |
Je geeft iets toe, maar je zegt ook "maar". Hij kan goed voetballen, |
| maar het is ook een naar ventje. | |
|