Het beeld dat mensen van iets of iemand hebben. Die popster heeft een stoer . | het |
| Iemand die hard kan slaan. | de |
De vorm van een lichaam. In het bos zagen we een . | de |
Bekendstaan om iets wat niet zo prettig. Hij is een e vechtersbaas. | |
| Het met iemand eens zijn; iets goed vinden. | |
| Doen alsof je iets kunt of weet, terwijl het niet zo is. | |
| Blijkbaar. | |
| Na die tijd, nadat iets gebeurd is. | |
Snel; meteen. Ik stuurde een mailtje en kreeg antwoord. | |
| Voor die tijd; voordat iets gebeurd is. | |