Met schokken; haperend. Hij vertelt zijn verhaal . | |
| Het is niet tegen te houden. Je kunt er niets tegen doen. | |
| Van plan zijn iets vervelends met iemand te doen. | |
| Niet wachten, maar meteen iets doen. | |
| Geen idee hebben; er helemaal niets vanaf weten. | |
| Erg tegen iemand opkijken; iemand erg bewonderen. | |
De indruk die iemand geeft. Dat meisje heeft een lieve . | de |
| Iemands goede of slechte naam. | de |
| Datgene waardoor mensen je aardig of interessant vinden. | de |
| Iemand die beroemd is en over wie veel verhalen verteld worden. | de |