| Met spot; je maakt iets of iemand belachelijk. | |
| Dat geeft je het gevoel dat je bij elkaar hoort. | |
Ervoor zorgen dat iets niet lukt of doorgaat. Ik ga dat gemene plan . | |
Gebruiken om iets op te zoeken. Ik moet nu een woordenboek . | |
| Rustig; saai. | |
| Een foto maken. | |
| Spannend; niet saai. | |
| Een stemming; triest zijn omdat iets voorbij is. | de |
Het idee; je denkt dat iets zo is. Ik heb het dat hij gespiekt heeft. | het |
| Zonder schade, onbeschadigd | |