| Een kaartje dat één dag geldig is. | het |
| Een ijzeren hek dat je kunt verplaatsen. | het |
| Degene van wie de meeste mensen denken en hopen dat hij gaat winnen. | de |
| Een dopje dat je in je oor kunt stoppen tegen lawaai. | het |
| Een feest van een of meer dagen, waarbij veel artiesten optreden. | het |
| Zonder medelijden. | |
| Je laat merken dat je je niet op gemak voelt. | |
Doorgaan met waar je vroeger al mee bezig was. Ze wil haar oude baan als juf weer . | |
| Wild; ruw. | |
Streng verboden, omdat het slecht of gevaarlijk is. Bij een benziestation is roken . | |
|