| Zware tafel waaraan je kunt werken, vaak met gereedschap erop. | de |
Dat waarvoor het bedoeld is. Bijvoorbeeld: de van een pen is schrijven. | de |
| Degene die alles van iets af weet. De deskundige | de |
| Trots zijn dat iemand jou interessant vindt of in vertrouwen neemt. | |
| In elkaar zetten. | |
Uit elkaar halen. | | | Klaarstaan om iets te doen. | |
| Viezig; je kunt zien dat er veel handen aan hebben gezeten. | |
| Zoals je hierna kunt lezen of horen. | |
Betekenen. Bijvoorbeeld : die boze blik houdt in dat hij het niet leuk vindt. | |