| Eten gaar maken door het snel en al roerend te bakken | |
Met veel smaak veel van iets eten. | | | Enthousiast. | |
| Eten gaar maken met stoom. | |
| In de keuken staan en eten klaarmaken. | |
| Niet iets kunnen stoppen, te lang doorgaan. | |
Eten gaar maken door het op een hete plaat te bakken. | | | Verschrikkelijk vies; niet te eten. | |
| Met veel aandacht ergens mee bezig zijn. | |
| Een keukenmachine waarin je voedsel fijn maakt. | de |
| Een maaltijd die je koopt in een restaurant en thuis opeet. | de |