| handschrift | Ze schrijft heel mooi, ze heeft een mooi . |
| handvat | Het linker van mijn fietsstuur is kapot. |
| mannetje | Het liep met een pannetje soep. |
| karretje | Het had geen verlichting. |
| aardappels | Patat wordt gemaakt van . |
| gezondheid | Veel groente eten is goed voor je . |
| uitstekend | Dat heb je gedaan Jorn. |
| vervelend | De kleuter maakte een flinke herrie, dat vond ik . |
| tussenstand | Is er al een bekend? Ik ben heel benieuwd. |
| stemmetje | Ze sprak met een heel zacht . |
| pannetje | In het van het mannetje zat ........, juist soep! |
| weerstand | Door deze inenting bouwt het lichaam op tegen mazelen. |
| voedsel | Wij hadden voor drie dagen in de koelkast liggen. |
| gezond | Zij is heel , zij is eigenlijk bijna nooit ziek. |
| windscherm | Wij gebruikten een op het strand. |