| werkelijk | Het is gebeurd. |
| wekelijks | De markt is op het plein bij het stadhuis. |
| jaarlijks | De verwarming wordt gecontroleerd. |
| eerlijk | Deze kinderen zijn heel . |
| vreselijk | Het is een ongeval, ik zou maar niet gaan kijken. |
| kwalijk | Het wordt haar genomen, dat zij meedeed. |
| vrolijk | Zij kwam binnen. |
| oceaan | Zij zijn met een zeilboot de overgestoken. |
| reclame | Tijdens de op de televisie zette hij even koffie. |
| precies | Het is uitgerekend. |
| cactus | In de vensterbank staat de prachtig te bloeien. |
| seconde | In één kan een cd ongeveer zes keer rond. |
| vijftig | Wij wonen op nummer , aan de kant met de even nummers dus. |
| citroen | Een is behoorlijk zuur. |
| stevig | Deze hut is . |