| televisie | De is kapot. |
| schrok | Ik toen ik het bericht hoorde. |
| eiland | Het is alleen per boot bereikbaar. |
| figuur | Zij sloeg een dwaas , ze stond echt voor gek. |
| schurk | De belandde tenslotte achter de tralies. |
| grazen | Er staan minstens honderd koeien in de wei te . |
| schatten | We probeerden de afstand eerst te . |
| limonade | De kinderen wilden bijna allemaal . |
| geloven | Je moet hem niet . |
| heilig | De zondag is voor mij , dan werk ik echt niet. |
| rekenschrift | Mijn ziet er keurig uit. |
| dwaze | Ik luister niet eens naar dat idee. |
| Durven | jullie over die sloot te springen? |
| geheime | Wij voerden besprekingen. |
| idee | Wij vonden het een goed . |