| 1. Iemand die gevlucht is. | 2. Hoe je iets inricht. |
| 3. Een olifant heeft twee scherpe ...... | 4. Als je iets overziet, hebt je ........ |
| 5. Met z'n twintigen vorm je een ...... | 6. Ik heb geen tien maar ...... een zeven. |
| 7. Niet op de voorgrond, maar op de ...... | 8. Niet de linkerhand, maar de ....... |