| Voer waarmee je het dier lokt dat je wilt vangen. (een worm om vis te vangen) | het |
| Het laatste stukje van iets. Het puntje. | het |
| Worm die onder de grond leeft. | de |
| Je moet even bibberen, omdat je iets eng of vies vindt. | de |
| Worm die leeft onder het zand bij en in de zee. | de |
| Zo nat dat het water ervanaf druipt. | |
| Heel zacht regenen, met kleine druppeltjes. | |
| Net doen alsof alles in orde is. "De pijn valt best mee, hoor!" | |
| Druppels die ergens op neervallen. | |
| Heel hard regenen, met grote druppels. | |