| Grote oven in een bakkerij. | de |
| Spul waardoor deeg gaat rijzen. | de |
| Deeg dat uit heel veel dunne laagjes bestaat. | het |
| Brood met speciale vorm: de bakker heeft in het brood geknipt. | het |
| Zoetig brood waar krenten in zitten. | het |
| Donkerbruin brood, gemaakt van rogge ( een graansoort ). | het |
| Broodje waar een worstje van gehakt in zit. | het |
| Moeten hoesten, omdat er tijdens het eten iets in je keel schiet. | |
| Omhoogkomen. Deeg gaat rijzen als er door de gist luchtbelletjes in komen. | |
| Heel vriendelijk doen om iets voor elkaar te krijgen. | |