| Iedereen kent die voetballer. Die voetballer is erg . |
| Ik wil het erg graag weten. Ik ben erg . |
| Hoe breed is het bord? Wat is de van het bord? |
| Hij heeft last van zijn tanden. Hij heeft last van zijn . |
| Het is geen meervoud. Het is . |
| Ieder heeft een even groot stuk taart genomen. We hebben de taart eerlijk . |
| Hoe oud ben je? Wat is je ? |
| Ga je mee een stukje lopen? Ga je mee een lopen? |