Taal op maat 2 - groep 7 nummer 8

  
Taal op maat 2 - groep 7Taal op maat 2 - groep 7 Taal op maat 2 - groep 7
Het onderwerp en de persoonsvorm zijn onderstreept.
Maak de zin vragend. Verwissel onderwerp en persoonsvorm van volgorde. Let op het vraagteken!
Jij rekent die som goed uit.
Jij voert ons konijn elke dag.
Je tante vindt dit lied mooi.
Je moeder loopt naar school.
Je stopt voor het verkeerslicht.
Je zusje zwemt vaak in zee.
Je morst op de grond.
Je loopt even met mij mee.
Jij vindt het werkstuk goed.


Kies uit de twee woorden vooraan.
Werk / Werkt je vader ook 's nachts?
Vind / Vindt je hem ook zo leuk?
Braad / Braadt je oven het vlees wel mooi bruin?
Sein / Seint je met je nieuwe zaklamp?
Schrijf / Schrijft je juf een briefje aan je moeder?
Heb / Hebt jij je best gedaan?
Loop / Loopt je zo hard om de bus te halen?
Beantwoord / Beantwoordtjij die brief vandaag nog?
Maak / Maakt je vriend zijn huiswerk vanavond?




Vul de persoonsvorm in in de tegenwoordige tijd.
hele werkwoordpersoonsvorm invullen (t.t.)onderwerp invullen
vinden je broer dat wel leuk?
bieden jij evenveel als de ander?
verzendenHoe jij je sms'jes?
houden je meer van vis?
lopen je opa ook naar de winkel?
breienHoe lang je tante over een sok?
latenWanneer jij de hond uit?
vermoedenWie je dat er gewonnen heeft?
werken jij net zo hard als ik?
branden je kachel wel goed?